591 messentrekkers gevat in Antwerpen in 2013: helft zijn vreemdelingen, 10% is minderjarig

Filip Dewinter: “Nood aan meer controle- en fouilleeracties op verboden wapendracht!”

In antwoord op een vraag van gemeenteraadslid Filip Dewinter gaf Antwerps burgemeester Bart De Wever cijfers vrij betreffende het verboden bezit van steekwapens (messen) in Antwerpen.

Uit het antwoord blijkt dat in het jaar 2013 591 personen betrapt werden met een steekwapen. In maar liefst 61% van de gevallen (363 feiten) gebeurde de vaststelling van de aanwezigheid van een steekwapen naar aanleiding van een crimineel feit. Vaak betrof het een gewapende diefstal (125 feiten), een bedreiging (103 feiten) of een geval van slagen en verwondingen (70 feiten). Slechts in 39% van de gevallen betrof het een loutere vaststelling van een verboden wapendracht zonder dat dit gepaard ging met een ander misdrijf. In de eerste 5 maanden van 2014 gebeurde 66% van de 201 vaststellingen van de aanwezigheid van een steekwapen naar aanleiding van een crimineel feit.

Dewinter peilde ook naar de nationaliteit en de leeftijd van de personen die zich in Antwerpen schuldig maakten aan verboden dracht van messen. In 2013 had 57% van de betrapte messendragers de Belgische nationaliteit. In de eerste 5 maanden van 2014 was dit 49%. Ongeveer de helft van de verboden dracht van messen gebeurt dus door vreemdelingen (niet-Belgen).

79,8% van de Antwerpse bevolking beschikt over de Belgische nationaliteit. 20,2% van de Antwerpse bevolking is vreemdeling (niet-Belg).  Dit maakt duidelijk dat vreemdelingen ongeveer drie maal zo vaak (verboden) messen dragen dan personen met de Belgische nationaliteit.

Wanneer men enkel kijkt naar de misdrijven die werden gepleegd met gebruik van een mes, komt men tot ongeveer dezelfde vaststelling: in 2013 was 48% van de personen die dergelijke misdrijven pleegden vreemdeling, in de eerste 5 maanden van 2014 net de helft (50%).

Wanneer we uitsplitsen naar leeftijd, blijkt dat 10% van de personen die zich in 2013 schuldig maakten aan verboden dracht van messen minderjarig was. In de eerste 5 maanden van 2014 was dit 11%. Wanneer we enkel kijken naar de personen die effectief een misdrijf (diefstal, overval,…) plegen met gebruik van een mes, ligt het aandeel van de minderjarigen hoger. In 2013 werd 14% van de misdrijven met gebruik van een mes gepleegd door minderjarigen, in de eerste 5 maanden van 2014 18%.

Filip Dewinter reageert op de cijfers: “Er kunnen twee belangrijke gevolgen getrokken worden uit deze cijfers: 1.  De meeste vaststellingen van verboden messendracht gebeuren blijkbaar pas naar aanleiding van andere misdrijven: een gewapende diefstal, een overval of een bedreiging met een mes. 2. Bepaalde categorieën van vreemdelingen dragen verhoudingsgewijs duidelijk veel meer messen dan Vlamingen.

Dat messendracht meestal pas wordt vastgesteld als het te laat is – naar aanleiding van een ander misdrijf – toont aan dat er veel te weinig controles plaatsvinden op verboden wapendracht. Ik stel daarom voor dat de politie mensen vaker controleert op verboden wapendracht en ter zake zelfs gerichte fouilleringen uitvoert. Op deze manier kunnen allicht veel andere misdrijven vermeden worden. Men mag bovendien ook niet blind zijn voor het feit dat bepaalde categorieën vreemdelingen zich relatief gezien vaker schuldig maken aan verboden messendracht. Wanneer men een gericht beleid voert tegen verboden wapendracht, mag men hier – uit politiekcorrecte overwegingen – de ogen niet voor sluiten. ”

Bijlage: vraag en antwoord

Wim Van Osselaer
Perswoordvoerder Vlaams Belang Antwerpen

Bijlage 1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...