Voorstelling Vlaams Belangkandidaten district Berchem

De Vlaams Belangkandidaten voor het district Berchem werden voorgesteld tijdens een actie aan de Fruithoflaan in Berchem.

Lees hieronder het programma en de kandidatenlijst voor Berchem 

 
P R O G R A M M A   VLAAMS   BELANG   BERCHEM   2 0 1 2
 
 
 
§1. Inleiding op het programma van Vlaams Belang Berchem.
Het Vlaams Belang is in de eerste plaats een Vlaams-nationalistische partij. Van de grote principes die gelden voor dat Vlaamse niveau, zijn er drie principes in het bijzonder die rechtstreeks worden doorgetrokken naar onze visie op het lokale bestuur te Berchem. Vooraleer per bevoegdheidsdomein van het district Berchem onze standpunten en wensen op te sommen, willen we gezien hun grote belang eerst even blijven stilstaan bij deze drie principes, namelijk 
het stoppen van fantasiesubsidiëring, 
het aansturen van het democratisch proces en 
de waarborg op veiligheid.

 

1.1 Fantasiesubsidiëring
Onder ‘fantasiesubsidiëring’ verstaat het Vlaams Belang Berchem het uitdelen van geld waarbij men het zo gek niet kan bedenken aan wie en waarvoor die subsidies gegeven worden, vaak tegen alle logica in. 

Enkele voorbeelden: 

15.000 euro aan een obscuur al-of-niet bestaand groepje voor het aanbrengen van een laagje anti-roestverf op een V2-motor. 
vzw Posthof, met zelf nog een reserve van € 186.000,- in 2011 en reeds via alle andere overheden gefinancierd, krijgt vanuit Berchem € 10.000,- verdoken personeelskost (verdoken want wettelijk mogen we dat niet geven), daarbovenop € 5.000,- als ‘bevoorrechte partner’, en tot slot nog eens een ruime subsidiëring per ‘echt’ initiatief (bijvoorbeeld € 5.000,- voor de ‘actie geveltuintjes’ die ze zelf begroot hebben op € 630,-). 
Een fitnesstoestel dat enkel dient om te stretchen na het lopen voor een leuke € 9.000,- (zonder plaatsing) terwijl daarvoor enkele schuine bankjes van nog geen € 100,- volstaan. 
De Bollekesloop van brouwerij De Koninck/Antwerp Athletics maakt méér verlies naarmate er méér deelnemers zijn. Geen enkele zelfstandige of bedrijfsleider kan dat begrijpen, maar uw Berchems districtsbestuur wil deze vorm van slechte organisatie steunen, door het verlies, dat elk jaar groeit, op zich te nemen – met de glimlach.
Er zijn nog tal van verenigingen die iets te vieren hebben, en in plaats van op voorhand via kwissen, spaghetti-avonden e.d.m. een reikende spaarpot op te bouwen, krijgen ze van het district duizenden euro’s toegestopt.
Volgens Peter Raats was het geen probleem dat de Statiestraat/Driekoningenstraat zes keer duurder was dan de gewone heraanleg van een straat van gelijkaardige lengte!) omdat Stad “A” en Europa bijleggen. Alsof het ons dan niets meer kost? Met wat die ene straat waar Peter Raats woont teveel gekost heeft, had men bijvoorbeeld de ganse wijk tussen de spoorwegen opnieuw kunnen aanleggen! Maar voor dat laatste is geen geld meer, klinkt het.

Die eindeloze, ondoordachte subsidiestroom is een molensteen rond de nek van onze financiën. Reeds in 2010 diende het Vlaams Belang Berchem een motie in om op te roepen tot een financieel beleid van prioriteiten en om te stoppen met die verkwistingen… maar we werden uitgelachen door alle andere partijen. 

 (2) Privaat initiatief gedood. Vlaanderen is een land van ondernemende, hardwerkende mensen. Wij zijn er niet vies van om de handen uit de mouwen te steken, zeker niet voor een vereniging die ons na aan het hart ligt. Maar we zitten met een beleid, dat alles voor iedereen wil betalen… omdat er steeds minder geld over is om zelf nog iets te doen. Dat wordt uiteraard een vicieuze cirkel. Maar het belangrijkste sociale neveneffect is dat we zo elke zin voor initiatief verliezen. 
(3) Politieke binding. Tot slot wordt er ook selectief uitgedeeld. Niet elk kind krijgt van Sinterklaas evenveel, enkel wie de juiste politieke boodschap uitdraagt. Op deze wijze betekent de als onschuldig voorgestelde steun waar niemand iets op tegen zou kunnen hebben, een bewuste en gerichte greep van de beleidspolitici op aspecten van de samenleving in Berchem die best van de politiek gescheiden zouden blijven. Zich inkopen in tal van verenigingetjes tot die zich als gewillige slippendrager opstellen, is geen kerntaak van het Berchems bestuur, nochtans is dat de strategie die zij huldigen.

1.2 Totaal gebrek aan democratie en democratische sturing.

België is geen democratie. Vlaams Belangers worden systematisch geweerd door de pers ; Vlaams Belangers worden uit de vakbonden gezet, soms ook door hun werkgever ontslagen, enz. Er is het politieke cordon, en nu de werkelijkheid steeds vaker bewijst dat het Vlaams Belang al jaren gelijk heeft met wat we verkondigen, is dat cordon strakker dan ooit. 
Ook in Berchem is er een ernstig democratisch deficit. Er is ten eerste een rechtstreeks democratisch deficit in de raad door de uitsluiting van het Vlaams Belang, en daarnaast is er in Berchem nog het negeren van de stem van de burger. Hierin spelen verschillende mechanismen: om te beginnen worden alle petities, onafgezien om hoeveel handtekeningen het gaat, achteloos naast zich neergelegd. Ook of het nu een meerderheid of een minderheid van de betrokken buurtbewoners betreft, maakt geen verschil, en al evenmin of de grond van de petitie terecht is.
Wanneer het college een bepaald standpunt ingang wil doen vinden, wordt er een ‘wijkcomité’ in het leven geroepen, bestaande uit de spreekwoordelijke drie man en een paardenkop. Plots vertegenwoordigen die dan ‘de stem van de buurt’, al dienen ze in de praktijk enkel om die buurt het zwijgen op te leggen. Bestaande comités worden, waar mogelijk, opgekocht door middel van het hoger vernoemde subsidiëringssysteem.
Ook het wijkoverleg werd herbekeken – waar vroeger iedereen daar zijn zeg kon doen (vaak met grote aanhang in de zaal) en waar de botte afwijzing van de boodschap bij velen een terecht wrange smaak over ‘democratie’ naliet, lost men dat nu anders op: mondige belangengroepen (van buurtbewoners of winkeliers) worden eerst apart gesproken, met een kluitje in het riet gestuurd, en vervolgens wordt hen gevraagd niet meer naar de publieke wijkoverlegmomenten te komen ‘omdat zij al gehoord werden’. En op die wijkoverlegmomenten zijn de overige bewoners, in afwezigheid van de meest militante mensen, dan te zwak om weerwerk te bieden…

1.3 Veiligheid.

Het is jammer dat het Vlaams Belang steeds weer de eerste taak van een overheid, het garanderen van de veiligheid van haar burgers, als verkiezingspunt naar voor moet schuiven omdat het door alle andere partijen wordt verwaarloosd. De truc van de bestuursmeerderheid (SP.a, CD&V met N-VA, Open VLD en zelfs ‘oppositiepartij’ Groen) om u de indruk te geven dat zij om veiligheid bekommerd zijn zonder er echt iets aan de doen, is ‘veiligheid’ interpreteren als ‘verkeersveiligheid’. Al weet iedereen dat het de fysieke veiligheid van personen en de bescherming van onze goederen is die de mensen zorgen baart.
De ongeremde en ondoordachte immigratie, de mislukte integratie, het slechte beleid in het algemeen, maken dat Berchem in verval is. Hoe meer er misloopt, hoe hardnekkiger de meerderheid de andere kant op kijkt. Dit kan zo niet verder.
Het probleem van de Islamisering is strikt genomen geen districtsbevoegdheid, maar het vormt duidelijk een probleem in Berchem. Wanneer in zaal Rubens liederen gezongen worden over het vernietigen van ‘het Westen’, wanneer in de moskee in de Patriottenstraat Hezbolah-strijders, die in Israël veroordeeld zijn voor terreurdaden tegen kinderen, met open armen ontvangen worden, wanneer eveneens in zaal Rubens activiteiten georganiseerd worden waarbij moslims geronseld worden voor de opleidingskampen in Afganistan, wanneer dan eens in de Vredestraat, dan weer in de Veldekens, wagens in brand worden gestoken, wanneer de braderij in de Statiestraat/ Driekoningenstraat niet meer mag doorgaan omwille van de ramadan, wanneer Kerstmis een verboden begrip wordt, wanneer moslima-zwemmen wordt georganiseerd in het zwembadje aan de Groenenhoek, wanneer autochtonen nageroepen worden,… dan kunnen we niet anders dan spreken van een probleem rond islamisering in Berchem.
Het district is hier slechts zijdelings bij betrokken voor wat betreft administratie, logistieke steun en dergelijke, maar desondanks is zijn houding tegenover de islamisering van toonaangevend belang. Helaas komt het nog steeds niet verder dan ongeïnteresseerd schouderophalen. 
Toen het Vlaams Belang aankaartte dat ronselaars voor terroristenkampen zomaar in openbare zalen –hen bovendien gratis ter beschikking gesteld– actief waren, was het antwoord: “Maar ze laten de zaal proper achter.”
Na deze inleidende principes uit de doeken gedaan te hebben, nemen we nu één voor één de Berchemse beleidsdomeinen onder de loep om aan te duiden waar de noden in Berchem liggen, waar het huidige bestuur steken heeft laten vallen, en wat wij anders en beter zouden doen.

2.1 Cultuur.

“De multiculturele samenleving is nu eenmaal een realiteit,” wordt ons gezegd. Samengevat werd Vlaanderen eerst de multiculturele samenleving opgedrongen zonder enig wederwoord te dulden, en vervolgens weert men de discussie door erop te wijzen ‘dat het al een voldongen feit is’. 
Hoe moet het dan verder? Voor ons is dit duidelijk. De ‘nieuwe Vlamingen’ die zich blijvend willen vestigen in Vlaanderen, dienen zich aan te passen. Zij één keer aan ons, wij niet telkens opnieuw aan hen. De manier waarop dit werkt, buiten natuurlijk de verplichte inburgering via de overheid die veel krachtiger moet, is via het principe van de ‘Leidcultuur’, dat wil zeggen dat de Vlaamse volkscultuur, omvattende de taal, zeden en gewoonten, waarden en normen, sociale verbondenheid enz., het referentiepunt is, als het ware de kapstok waaraan al de rest wordt opgehangen. Vlaanderen is wat we gemeenschappelijk hebben en wat ons Vlaming maakt. Indien ‘nieuwe Vlamingen’ van Vlaanderen niet moeten weten, is er geen sprake van een gemeenschap of samenleving.
Een tweede aspect van de lokale cultuur is dat ‘kunst en cultuur’ vandaag de dag vooral wordt bedreven door een artistiek kliekje dat te lang aan het subsidie-infuus gelegen heeft. Dààr ligt de reden voor het pijnlijke gegeven dat mensen nog zo moeilijk naar een cultuurvoorstelling komen. De zalen blijven leeg, omdat wat er gepresenteerd wordt veel te links en volksvreemd is. Men poogt op het podium iets ‘vernieuwends’ te brengen, waarin de mensen zich niet meer herkennen, en bijgevolg iets waar slechts enkele ‘ingewijden’ die in dezelfde kringen verkeren, hun waardering voor uitdrukken, niet omdat ze het goed vinden, maar omdat zij afhankelijk zijn van subsidiëring uit dezelfde bron.
Nochtans is cultuur iets dat heel natuurlijk moet aansluiten bij de leefwereld van de mens, en dus net wel veel mensen zou moeten aanspreken. Daarin willen wij bovendien extra aandacht besteden aan de heemkundige kring: het is in die rijkdom aan detaillistisch patrimonium en erfgoed dat de mozaïek van onze cultuur-historische determinatie verder leeft. 
Overkoepelend en algemeen is bovendien, dat een gemeenschap zich organiseert rond een aantal symbolen. Dat gaat van nationale symbolen, zoals de betekenis van de Guldensporenslag op 11 juli, over religieuze feesten die vergroeid zijn met onze cultuur, zoals Kerstmis, tot seculiere feesten als Nieuwjaar. Hoewel, zoals gezegd, de braderij opgeschort wordt omwille van ramadan, was er anderzijds op het grote nieuwjaarsfeest op het Van Hombeekplein (waar in de buurt toch wel veel allochtonen wonen), nog geen procent van de gasten allochtoon. Met andere woorden: er bestaan twee naast elkaar levende gemeenschappen en als er sprake is van aanpassing, dan loopt die in de omgekeerde richting! Enkel door het centraal stellen van Vlaanderen, kunnen we een gemeenschappelijke leefruimte opbouwen!
Tot slot dient nog gezegd dat er doorheen de jaren een structuur is ontstaan die uitblinkt in ondoorzichtigheid, en dus onfrisse praktijken alleen maar in de hand werkt. Zowel voor wat de financiële middelen als wat de concrete bevoegdheden betreft, is er een enorme vervaging en onduidelijkheid geslopen in de relatie tussen het districtsbestuur enerzijds, en het Berchems cultuurcentrum (kortweg: ccBe) anderzijds. Een tweede aspect is, dat er verder nog een gans netwerk rond geweven is: stad “A”, de bibliotheken als cultuurhuizen, BEST (Berchemse Erfgoedstichting). Dit alles heeft kwalijke gevolgen: de transparantie is zoek en gesjoemel loert om de hoek; iedereen laat alles maar toe omdat niemand meer weet wat nog wiens bevoegdheid is. Een van de gevolgen hiervan is, dat het ccBe wordt gemonopoliseerd door de vzw Moussem, een Brusselse vereniging met als expliciete doelstelling ‘de verspreiding van de Marokkaanse cultuur in België’. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij vooral groepen boeken die uit allochtonen bestaan en die in hun optredens onze westerse cultuur genadeloos op de korrel nemen en hun eigen (moslim)cultuur verheerlijken. Vet betaald met Vlaams geld, natuurlijk…

2.2 Veiligheid.

Veiligheid is niet zomaar één van de vele taken van een overheid maar het is dé fundamentele kerntaak die moet vervuld zijn vooraleer andere taken opgenomen kunnen worden. Jammer genoeg falen onze overheden om de veiligheid van hun burgers te garanderen. Het is onbegrijpelijk, zeker vanuit historisch perspectief, dat stad “A” en district Berchem zo achteloos aan de toestand van onveiligheid voorbijgaan.
Nochtans beschikt ook het district Berchem over twee middelen om mee aan de veiligheid te werken: de preventieraad en een coördinerende functie. Jammer genoeg is en blijft dat dode letter: de preventieraad komt amper bijeen, zelfs niet in geval van acute situaties, en bovendien verbreekt het district elke structurele band met de politie aangaande criminaliteit.
Het district moet ook niet alle oplossingen zelf uitwerken, maar kan naast coördinatie ook andere initiatieven mee ondersteunen, zoals bijvoorbeeld een goed draaiend BIN (buurt-informatie-netwerk). Verder kan het district in de marge van de criminaliteit wel voorzorgsmaatregelen nemen, zoals het uitvoeren van de beloofde kwaliteitsonderzoeken voor VZW’s die er nooit gekomen zijn. Ook bij de inrichting van speelpleinen en ander openbaar domein moet publieke veiligheid automatisch een sleutelelement in het ontwerp zijn.

2.3 Senioren.

Het Vlaams Belang heeft ontzettend veel respect voor de senioren in de samenleving. Niet alleen omwille van het klassieke respect dat hen per definitie toekomt, maar ook omdat zij immers het land gebouwd hebben tot wat het nu is. En daar mag, vanuit de overheid, wel wat tegenover staan. Vanuit het Vlaams Belang willen wij hierin twee principes naar voor schuiven: ten eerste is het niet de taak van de overheid om zelf van alles te organiseren voor senioren, maar wel om het kader te scheppen waarbinnen de senioren hun leven en activiteiten kunnen ontplooien; ten tweede ligt die kerntaak eerder bij de hogere overheden (federaal en Vlaams) dan op het districtsniveau.
Wat betreft het kader of, anders gezegd, de randvoorwaarden die de overheden moeten garanderen gaat het vooral om de financiële slagkracht van de senioren en de veiligheid op straat. Het is algemeen geweten – en wraakroepend – dat we in België de hoogste belastingsdruk van Europa kennen, maar dat de pensioenen daarentegen bij de laagste van Europa zijn… alweer trieste Belgische records. Ook voor het seniorenbeleid te Berchem geldt dus het principe dat we in de inleiding gehuldigd hebben: in plaats van alles te proberen subsidiëren en organiseren, laat beter de mensen zelf wat meer centjes over om er iets mee te doen – naar eigen keuze.
Het tweede luik van die randvoorwaarden betreft de veiligheid, of in Antwerpen en Berchem het gebrek aan veiligheid. Het district klopt zich steeds stoer op de borst, verkondigend dat ze iets wil doen aan de vereenzaming van de senioren. Maar dat is dweilen met de kraan open wanneer men negeert dat mensen, en senioren in het bijzonder, niet langer buiten durven komen omwille van een onbeteugelde straatcriminaliteit. Pas wanneer de overheid haar rol opneemt ter garantie van die twee randvoorwaarden, kan ze aan haar derde taak beginnen: het ondersteunen van de (zo lang mogelijk) thuislevende senior.
Laten we dit even toetsen aan de bestaande toestand: lage pensioenen, onveiligheid, het district dat activiteiten organiseert waar, van Berchems vijftienduizend senioren, er hoop en al twintig opdagen. Eveneens ongehoord is, dat het Antwerpse OCMW er twee zomers geleden voor koos om de Vlaamse senioren in de kou te laten, en dit ten voordele van leeflonen voor vreemdelingen, waaronder enkelen die België nog niet eens betreden hadden! Laat het duidelijk zijn: de oude gastarbeiders (Polen, Italianen, …) die hier vijftig jaar gewerkt en bijgedragen hebben, hebben zich voor het Vlaams Belang door hun inzet Vlaming onder de Vlamingen gemaakt. Spijtig genoeg vertegenwoordigen zij maar een fractie van het aantal allochtone senioren, daar meer dan 80 % van hen pas zeer recent, reeds pensioengerechtigd en zorgbehoevend, naar hier gehaald zijn via de formule van gezinshereniging. 

2.4 Jeugd.

Het Vlaams Belang merkt dat het district veel investeert in onze jeugd… al komt dat in de eerste plaats door de absurd hoge prijzen voor speeltoestellen op pleinen, en op activiteiten zoals volledig betaalde busuitstappen in de zomer, u mag raden vanuit welke wijk in Berchem. Het is een goede zaak te investeren in onze jeugd, al lijkt de manier waarop in dit geval contraproductief. Het district neemt een zeer betuttelende houding aan tegenover de jeugd, en organiseert vanalles dat gericht is op instant genot, maar mist toch iets. En dat ‘iets’ is veel meer dan de geprezen ‘zelfredzaamheid’ die aldus ondergraven wordt. 
Men is bij het district als de dood voor het meegeven van identiteit en vorming aan onze jeugd.  
Progressief Vlaanderen is allergisch aan identiteit en al wat Vlaams is, staat laks tot aanmoedigend tegenover drugs, verdedigt het rijden in het verkeer naar eigen goeddunken van de jonge fietser, verkoopt op perverse wijze vandalisme (bv. graffiti) nog als ‘kunst’ en ga zo maar door. Het Vlaams Belang daarentegen vindt dat overheden, net als ouders in de eerste plaats, een correct voorbeeld moeten geven aan de jongeren. De eigen houding is een basis voor gezag, en gezag is niet vies, integendeel, evenwichtig gezag is de voornaamste basis voor een gezond wederzijds vertrouwen tussen ouders en kinderen. 
Een andere grote brok van het jeugdbeleid in het district Berchem is het uitbouwen van de speelpleintjes. Maar waarom wil men per se overal speelpleinen opdringen? Toen wij klein waren, namen wij het fietsje naar een speelplein een beetje verderop. Dat mag vandaag blijkbaar niet meer verwacht worden – nochtans is dat eigen aan het wonen in een stad. Het Vlaams Belang was de enige partij die protesteerde toen er een speelplein kwam aan de Rodekruislaan, een zwarte plek voor luchtkwaliteit. We werden daarin bijgetreden door de dienst Volksgezondheid.

2.5 Sport.

De districtsbevoegdheid ‘sport’ valt in twee brokken uiteen: er is enerzijds de infrastructuur, anderzijds de sportactiviteiten. Volgens het Vlaams Belang dient het district Berchem in geen van beide gevallen een hoofdrol te spelen. 
Infrastructuur, zeker van omvang als het Rooi, wordt best op stedelijk en zelfs Vlaams niveau bekeken. 
Daarnaast is het Vlaams Belang van oordeel dat het zelf organiseren van sportactiviteiten geen zaak van het district behoort te zijn. Laat het initiatief vrij, en ondersteun logistiek waar mogelijk, maar zelf sportlessen organiseren met ons belastinggeld is geen prioriteit. De cursussen ‘start to run’ en ‘start to swim’ lijken meer een persoonlijke campagne van de schepen. Het wordt tijd dat het district zich bezighoudt met echte prioriteiten als veiligheid en degelijk onderhoud van straten. Anders gezegd, wat het district op poten zet, vertrekt te weinig van de reële sportnoden. Nochtans zijn die noden zeer duidelijk gekend, dankzij het grondige onderzoek dat de Sportraad zes jaar geleden afleverde.

2.6 Verkeer en mobiliteit /
2.7 Openbaar domein (straten en pleinen).

Het dubbelluik ‘verkeer en mobiliteit’ en ‘openbaar domein’ vormt de belangrijkste bevoegdheid van het district. De staat van de wegen is een absolute prioriteit. Vandaag echter gebeurt een heraanleg voornamelijk met politieke overwegingen en prestige voor ogen, eerder dan in het kader van degelijk onderhoud. Meer zelfs, vaak zijn de nieuwigheden waarop politici zich blindstaren, net hinderlijk voor een verdere ontplooiing van de heraangelegde straat. 
De Statiestraat/Driekoningenstraat illustreert dit het beste: voor een prijs zes keer te hoog ligt (zeven miljoen euro is een kwart miljard oude Belgische frank!), werd de straat versmald waardoor ze een gevaar is voor fietsers, de laad- en loszones liggen ondoordacht verspreid, de kruispunten zijn smaller en gevaarlijker, en vooral: de straat kende niet de minste sociale heropleving, nochtans het grote doel van de heraanleg. Het is tegenwoordig al zo erg gesteld met de ‘imagoverlaging’ (zoals Stad “A” dat noemt) dat men pseudo-kunstenaars moet betalen met uw belastingsgeld om in de leegstaande winkelpanden van de Statiestraat/Driekoningenstraat te trekken terwijl in een florissante winkelstraat normaal gezien zelfstandigen moeten vechten om een plaatsje te veroveren! 
Op de Diksmuidelaan zien we een nog flagranter geval van politieke dwingelandij waarbij bomen op de middenberm tegen de wil van de middenstand worden opgedrongen. Niet dat wij iets tegen bomen hebben, maar ze moeten op de juiste plaatsen staan! Ook op de Fruithoflaan wordt middenstand en lokale bevolking slachtoffer van de halsstarrige dwaasheid van enkele fanatiekelingen van SP.a, Groen, CD&V, N-VA en VLD.
Verder houden de meerderheidspartijen vast aan het STOP-principe (voorrang voor voetgangers en fietsers, dan openbaar vervoer, en tenslotte een auto-onvriendelijk beleid) bij de heraanleg, al is dat een zuiver politiek principe, dat geenszins kan terugvallen op een verkeerskundige onderbouw, en evenmin op steun vanuit belangenorganisaties. Het bestuur maakte van Berchem een ware fietsdictatuur, waar ook de fietsers zelf niet altijd beter van worden!
Een derde punt waar het huidige beleid faalt inzake verkeer en mobiliteit, zijn de zogenaamde WijkCirculatiePlannen. Hoewel ze een instrument zouden moeten zijn ter bevordering van de doorstroming, worden de eenrichtingsstraten, afsluitingen en dergelijke eerder misbruikt door het huidige bestuur om autoverkeer onmogelijk te maken. Nochtans kan men mits het volgen van enkele logische principes veel ellende voorkomen:
– Volg de natuurlijke verkeersstroom. Dit is de logica zelve. Het huidige bestuur daarentegen wil er tegenin gaan, met alle chaos en opstopping tot gevolg. Het comfort van mobiliteit is afhankelijk van vlotte verkeersstromen, en dat bereikt men niet door baanvakken te schrappen, wegen af te sluiten, wijken te ‘knippen’ en dergelijke meer. 
– Verkeersopvoeding is essentieel. Eenieder hoort zijn plaats te kennen in het verkeer en zich aan de reglementen te houden. 
 – Het openbaar vervoer moet terug een vorm van dienstbaarheid centraal stellen. Vandaag is De Lijn georganiseerd zoals internationale pakjesdiensten, die met grote verzamelpunten werken. Deze werkwijze is nefast voor de fijnmazige bediening van de woonwijken. Het Vlaams Belang wil terug naar de oude lokale halten waardoor iedereen wel een bus nabij had. Daarnaast is het absurd dat tram 7 en tram 15 op de Grotesteenweg soms vlak na elkaar rijden. Een beter uurregeling moet mogelijk zijn. Ten slotte wil het Vlaams Belang blijven vechten voor de opstapplaatsen van bus 9 op de Fruithoflaan en van bus 21 aan het Binnenplein. 

2.8 Groen en milieu.

Een gezond milieu begint bij een propere omgeving. Metershoog onkruid hoort daar niet bij. Voor het Vlaams Belang is dat een teken van het verval van stad Antwerpen, zowel letterlijk op straat, als achter de schermen, waar er te weinig geld overblijft om de diensten te laten draaien en ze hun werk te laten uitvoeren.  Ook het verdwijnen van de bladkorven typeert de averechtse reactie van de stad: bladkorven worden niet meer opgezet omdat er afval in terechtkomt. Er is wel nood aan, maar men wil bij stad “A” niet de inspanning leveren om hen die er misbruik van maken door er afval in te storten, op te sporen en te bestraffen. Het is makkelijker om de bladkorven gewoon af te schaffen. Wat er dan met de bladeren moet gebeuren, is eensklaps irrelevant geworden voor stad “A”.
Er zijn, overal in Berchem, te weinig vuilbakken, en ook dat is enkel een kwestie van financiële prioriteiten.
Wat de parken in Berchem betreft, pleit het Vlaams Belang voor een bijkomende afbakening van de verschillende functies die een parkruimte vervult. Nu is een park bedoeld om een beetje vanalles te zijn, wat de rust niet ten goede komt. Door de functies terug uit elkaar te halen, worden de doelen ook beter bereikt. Er moeten enerzijds zones komen voor spel met een minimum aan infrastructuur (bijvoorbeeld doelpalen), maar daarnaast moet ook een rustige zone mogelijk zijn, met afgebakend groen (‘verboden op het gras te lopen’ zoals dat vroeger aan de parkranden stond) waarvan de primaire functie is om gewoon een oase van rust te zijn. Ook de hondenweide en de volkstuintjes vervullen elk hun specifieke functies.
Verder kan het district een tandje bijsteken wat betreft het opfleuren van bermen. Zo kan de Roderveltlaan een bebloemde middenberm aan (in plaats van de huidige gearceerde strook). Algemeen dienen dergelijke verweven beter beschermd te worden, zodat het groen beter behouden blijft. Het zijn zulke details die het straatbeeld groener maken.
 
 
2.9 Beter bestuur Berchem.
Het districtsniveau is het laagste politieke niveau in dit land, maar daarom is het niet minder behept met enkele kenmerkende ‘Belgische ziektes’. Alle partijen hadden voor de vorige verkiezingen in hun programma’s aangegeven meer bevoegdheden te willen voor de districten. 
Terecht. 
Men zou verwachten, gezien de hoge nood en de unanimiteit, dat er snel werk van zou gemaakt worden. Niets is minder waar, enkel het Vlaams Belang wou de koe bij de hoorns vatten, maar werd afgescheept met een denkdag over de districten (2009), waarbij aan de dictatuur van Janssens over de districten niet geraakt werd. Jammer. Vandaar dat wij het opnieuw op de agenda (moeten) plaatsen: de districten en de democratie zijn gediend met een verdere bevoegdheidsoverheveling naar het district, met bijhorende middelen.
Verder dient, enkel volgens het Vlaams Belang, ook de envelopefinanciering door stad “A” aan het district herbekeken te worden. Dit systeem zwengelt verspilling enkel aan. Of zoals Peter Raats het verwoordde: “Het is mijn vorm van financiële verantwoordelijkheid om alle geld op te doen.” 
Dat het geld van de overheid enerzijds belastinggeld is, en anderzijds geld dat de overheden geleend hebben (voor een totaal openstaande schuld van 400 miljard tegen een rente van bijna 6%) zegt hij er natuurlijk niet bij. Geleend geld opdoen om het maar op te krijgen, is volgens ons het tegengestelde van financiële verantwoordelijkheid. 
Een tweede nadeel van die envelopefinanciering is dat de begroting, normaal gezien de belangrijkste gebeurtenis in een politiek werkjaar, gereduceerd wordt tot een blanco cheque, en een doordeweeks punt op de agenda. Het maakt de leden van de meerderheid blijkbaar niets of en hoeveel er verspild wordt. Het wordt amper bekeken laat staan besproken. Zo lichtzinnig wordt er met onze centen omgegaan!
Een ander punt waar het district nog grote sprongen voorwaarts kan maken op het vlak van beter bestuur, is in de participatie van de burger. Kernpunt van die participatie zijn momenten van wijkoverleg. Veel overleg is er niet terug te vinden, meer zelfs, het betreft een zuiver dictaat vanuit het college. En om helemaal te verhinderen dat burgers horen wat hun mondige medemens de schepenen voor de voeten werpen, werd het publieke gedeelte van het wijkoverleg afgeschaft en vervangen door gesprekjes onder vier ogen. Het districtsbestuur wil enkel nog een schijn van democratische inbreng wekken, maar echte inspraak is in Berchem onbestaande, zelfs wanneer burgers met velen zijn en een meerderheid vertegenwoordigen, zelfs wanneer de suggesties of klachten van burgers 100 % gegrond zijn. Ook daar staat de meter van de Berchemse democratie beschamend in het rood!
Tenslotte is er ook in de districtsraad zelf nog veel ruimte voor verbetering. Wist u dat de heraanleg van de Statiestraat/Driekoningenstraat enkel bedisseld werd tussen Peter Raats en het studiebureau (van SP.a-signatuur)? De problematische straatbreedte of de nieuwe enkele rijrichting hebben in de raad op voorhand nooit onderwerp van debat uitgemaakt, pas nadien, bij vragen van onze fractie. Hetzelfde geldt voor de Diksmuidelaan: nooit is er een debat gevoerd in de raad waarvan de uitslag bepalend was voor de bomenrij die nu de Diksmuidelaan om zeep helpt. 
Het spreekt voor zich dat dergelijke ontwerpen op voorhand dienen besproken te worden in de districtsraad, op een moment dat wijzigingen aan het ontwerp nog mogelijk zijn. Voor grote projecten is het Vlaams Belang vragende partij voor aparte themacommissies. Onze fractie heeft dat aan het reglement willen laten toevoegen, maar geen enkele andere partij vond dat grote dossiers best op voorhand en apart besproken worden. Alle partijen behalve het Vlaams Belang verdedigden de achterkamertjespolitiek. 
Tenslotte kan het district nog op een andere manier het goede voorbeeld geven, namelijk door zelf te ‘ontvetten’. Er zijn namelijk een heleboel ‘antennes’ (of consulenten) werkzaam die een grote overlap in hun takenpakket hebben. Het district kan ‘ontvet’ worden door de omvorming van de vele antennes naar één centraal ondersteuningsloket. De hoofdtaak van antennes is om u wegwijs te maken in de administratie, wat niets meer is dan wat aan één loket ook kan geschieden. Dit voorstel is geen kritiek op de kwaliteit van de huidige antennes, maar wel een antwoord op de financiële lasten die maken dat die antennes pure luxe geworden zijn in tijden dat dit moeilijk te verantwoorden is.
 

Bijlage 1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...