VB-district Antwerpen voert actie op het stadhuis en stelt kandidatenlijst voor !

Vandaag werd de Antwerpse Vlaams Belanglijst voor de districtsraadsverkiezingen voorgesteld. Ter gelegenheid hiervan bracht 
 
 
lijsttrekker Gerolf Annemans 5 strijdpunten naar voor die het Vlaams Belang als prioriteiten beschouwt voor een wakker 
 
 
district Antwerpen. Om het monddood maken van het centrumdistrict door het Antwerpse stadsbestuur aan te kaarten werd ook 
 
 
een korte actie gehouden in het Stadhuis.

De volledige tekst met de 5 strijdpunten vindt U hieronder.

 
 
 
Het district Antwerpen is in slaap gedommeld omdat de politici van het district, die in de meeste gevallen ter plaatse werden neergezet door de manitoe’s van het Stadhuis en het schepencollege, zich helemaal laten overtroeven en opzijzetten door het stadsbestuur.  Het district is terechtgekomen in een permanente winterslaap omdat de districtsbestuurders zich de mond hebben laten snoeren.  Toch hebben stadsdelen als bijvoorbeeld de binnenstad, Kiel, Seefhoek en Linkeroever specifieke problemen die zouden gebaat zijn  bij een lokale aanpak. 
Het Vlaams Belang plaatst 5 strijdpunten vooraan om het district terug wakker te krijgen. 
 

1.   De ontvoogding van het district.  

Het Vlaams Belang wil af van de “marionettenstatus” van het districtsbestuur.  Niemand vatte het juister samen dan de huidige districtschepen Bogaert : “ We zijn meer en meer een filiaal van het stadhuis geworden. De zes jaar daarvoor waren we veel militanter. Nu zijn we een bende ja-knikkers” (HNB 14 augustus 2012).  
Als het district een bestuursniveau is dat “dichter bij de mensen staat”, dan moet het district voor thematieken en fenomenen die zich specifiek in de binnenstad of op Linkeroever voordoen het voortouw nemen.  Dat wil zeggen: ofwel krijgt het district onder impuls van een nieuw bestuur een gerespecteerde autonomie.  Ofwel moet het district op die thematieken en fenomenen gaan werken ongeacht steriele discussies over bevoegdheidsverdelingen tussen stadhuis en district.  Het Vlaams Belang wil daarom dynamische en offensieve districtspolitici aan het bewind brengen.  Anders kan het district beter afgeschaft worden.
Het district heeft het karakter van een grootstad.  De wensen, problemen en noden van de samenstellende delen van het district verschillen dus zeer sterk van elkaar. Antwerpen Noord heeft andere prioriteiten dan de binnenstad. Het Kiel heeft een ander karakter dan het Zuid. Linkeroever is niet hetzelfde als het Eilandje.
Het Vlaams Belang wil dan ook  (zonder een uitbreiding van het aantal mandatarissen) het centrumdistrict verdelen in vier nieuwe districten :  Antwerpen-Binnenstad (binnen de Leien), Antwerpen-Noord (Seefhoek, Stuivenberg, Dam en Luchtbal), Antwerpen-Zuid (gebied met postnummers 2018 en 2020) en Antwerpen-Linkeroever. De wijk Roozemaai, Schoonbroek,  de Edisonwijk,  en de Oude Landen worden gezien de verbondenheid met Ekeren, overgedragen aan dat district.
Daarnaast voorziet het Vlaams Belang een uitbreiding van de bevoegdheden van de districten vanaf 2013. Hierdoor zal het district autonoom kunnen beslissen over het lokaal verkeers-, senioren-, jeugd-, sport- en cultuurbeleid. Meer bevoegdheden betekent ook meer financiële middelen. Daarom moet de dotatie aan de districten op een termijn van twee jaar verdubbeld worden. Daarnaast pleit het Vlaams Belang voor de rechtstreekse verkiezing van de districtsburgemeester en de decentralisatie van de technische dienst.
 

2.   Een actieve veiligheidsschepen voor een lokaal veiligheidsbeleid

De cijfers liegen er niet om, ook al mochten ze op de districtsraad niet openlijk besproken worden. Het district is koploper van de hele stad inzake criminaliteit en onveiligheid op straat.  Onveiligheid moet ons inziens wijkgericht worden aangepakt. Daarom is het Vlaams Belang voorstander van wijkveiligheidsplannen die per wijk worden opgesteld en zich specifiek richten op criminaliteitsfenomenen in de wijk.  De wijkteams onder leiding van een wijkofficier staan in voor de eerstelijns veiligheidszorg. Het Vlaams Belang pleit ook voor een veiligheidsschepen in ieder district die samen met de burgemeester het veiligheidsbeleid coördineert. Op deze wijze is een gerichter, sneller, minder log en effectiever beleid per wijk mogelijk. 
 

3.  Inperking van onaangepast gedrag tegenover vrouwen en meisjes en op openbaar vervoer

Het districtsbestuur van de binnenstad moet een aantal specifieke vormen van onaangepast gedrag inperken.  De politie moet opdracht krijgen om het onaangepast gedrag vanwege jongens en mannen jegens vrouwen en meisjes aan te pakken.  De intimidatie van vrouwen door jonge immigranten moet ophouden.  Vrouwen en meisjes moeten in de binnenstad en het openbaar vervoer op basis van zerotolerantie veilig en ongestoord kunnen op straat komen en daarbij de steun krijgen van de politie.  
Wat het openbaar vervoer in het algemeen betreft; in het veiligheidsplan van het Vlaams Belang worden de Lijntoezichters vervangen door een BTM-brigade (Bus- Tram en Metrobrigade). Deze BTM-brigade houdt ook toezicht op de ingangen van de metrostations en voorkomt zodoende druggebruik en storend  rondhanggedrag op de inkomtrappen van de metro.
 Recidive moet desgevallend met GAS-boetes aangepakt worden.  Het district moet de impuls zijn van deze zerotolerantie-aanpak.  Het Vlaams Belang stelt zich garant dat het districtsbestuur het voortouw zal nemen om zulks in de binnenstad te waarborgen.  
 
 

4.   Een voortrekkersrol inzake leefbaarheid en properheid

 
Het districtsbestuur moet niet zitten wachten op het stadhuis.  Het moet naast veiligheid maximaal aan de stadhuisbel hangen om  properheid, bereikbaarheid, rust, groen en aanvaardbare
 vreemdelingenpercentages af te dwingen en desnoods zelf actie ondernemen.
 
Leefbaarheid is  gezien zijn aard een zeer wijkgebonden gegeven en dus bij uitstek een taak van het district.   Daarom moeten er leefbaarheidsplannen per wijk worden opgesteld. De noden van de bewoners verschillen immers per wijk.  Wijkleefbaarheidsplannen houden hiermee rekening zodat een wijkgerichte aanpak mogelijk wordt.  Als objectief meet- en stuurelement wordt een leefbaarheidsindex ingevoerd. Deze index wordt verkregen door op geregelde tijdstippen tijdens de legislatuur bij de wijkbewoners te peilen naar verschillende onderwerpen i.v.m.  leefbaarheid en veiligheid.  
 
Op basis hiervan wordt dan het leefbaarheidsplan bijgestuurd en moet het district acties ondernemen op alle niveaus zoals het doen plaatsen van camera’s, het doen opzetten van sluikstortteams, het vrijwaren van groene zones en open ruimte of het versnellen van graffiti-verwijdering.   Hetzelfde voor mobiliteit (of beter gezegd: het gebrek aan mobiliteit) in het district Antwerpen. Straten worden versmald en doorgeknipt. Bij iedere heraanleg verdwijnen parkeerplaatsen. Het duurt maanden vooraleer straten hersteld worden na winterschade.  We wachten al ongeveer 10 jaar op mobiliteitsplannen. Men zou echter bijna zeggen: “Gelukkig maar”… want die draaien in het huidige links-rechtse bestuur toch maar uit op “automobilistje pesten”.  
 
Ook de planning en heraanleg van straten is dikwijls ellendig. Het huidige districtsbestuur trad veel te laks op en liet de burgers die gebruik maakten van de inspraakprocedures in de regel gewoon in de kou staan ten overstaan van het stadsbestuur.  
 

5.  In Vlaanderen  Nederlands

De afgelopen legislatuur voerde het districtsbestuur een zogenaamd intercultureel beleid.  Dit beleid kwam erop neer dat aan vreemdelingen niet meer mag worden gevraagd zich aan te passen aan onze manier van leven en aan onze normen en waarden, maar integendeel dat het bestuur en de Antwerpenaar zich aanpassen aan de etnisch-culturele gebruiken en gevoeligheden van de migranten. Dit beleid leidde tot subsidiestromen allerhande naar projecten  en (jeugd)organisaties die met “interculturaliteit en/of de interculturele dialoog” bezig zijn.
Het Vlaams Belang wil een districtsbestuur dat die dwaze subsidiestroom afsluit en dat veel duidelijker signalen in de omgekeerde richting uitstuurt naar de vreemdelingen, namelijk dat zij zich dienen aan te passen, met genoeg eigen inspanningen en engagementen om Nederlands te leren.   Het districtsbeleid moet inzake de taalachterstand in de binnenstad een veel strakker en strenger beleid opzetten dan het lauwe en vrijblijvende inburgeringsbeleid van de centrale Vlaamse regering.
 

 

 

Bijlage 1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...