Knikker ze Buiten – persconferentie Vlaams Belang

Zwartboek 6 jaar Antwerpse CD&V-N-VA-sp.a-Open VLD-coalitie 
 
 
Voorstelling op 18 mei 2012 te Antwerpen 
 
Inleiding: “schone schijn” moest problemen verdoezelen  
 
Het Antwerpse stadsbestuur streeft luidens de eigen begrotingsdocumenten naar  “een maximale positieve beeldvorming over Antwerpen als de meest aantrekkelijke leefomgeving voor wie er woont, werkt of op bezoek komt.” 
Volgens de Antwerpse stadsbegroting wordt jaarlijks bijna 10 miljoen € besteed aan  marketing en communicatie. De “citymarketing”, het “creëren van een maximale positieve beleving en een positieve beeldvorming door Antwerpen te profileren als een sterk merk”, is een absolute prioriteit voor het CD&V-N-VA-sp.a-Open VLD stadsbestuur. 
De “look and feel” van Antwerpen, de perceptie, was voor het stadsbestuur Janssens II gedurende de ganse legislatuur van essentieel belang, zelfs belangrijker dan de realiteit. Permanent feestgedruis, een schitterend geregisseerde A-campagne met gratis gadgets, het uitdelen van geld voor straatbarbecues en andere vormen van stadhuispropaganda zijn voor de liefhebbers allicht wel toffe initiatieven, maar hebben als eerste bedoeling  uiteraard te camoufleren dat Antwerpen allesbehalve een veilige, een bereikbare en een leefbare stad is. 
Indien onze stad veilig zou zijn, indien onze stad bereikbaar zou zijn, indien onze stad leefbaar zou zijn, dan hadden we al deze campagnes niet nodig. 
 
1. De  coalitie slaagde er niet in om de witte stadsvlucht een halt toe te roepen
 
Het succes van het beleid van een stad kan in de eerste plaats worden afgemeten aan de aantrekkingskracht die de stad uitoefent op nieuwe inwoners en in de mate waarin de stad erin slaagt de inwoners die ze heeft te behouden. Daarom ook dat aan al wie het horen wil de voorbije jaren werd rondgebazuind dat “de stadsvlucht gestopt is” en de indruk wordt gewekt dat “Antwerpen opnieuw hip is voor jonge en kapitaalkrachtige gezinnen”.  Daarbij wordt in de eerste plaats gefocust op bepaalde wijken waar zich inderdaad een beperkt aantal jonge Vlaamse gezinnen vestigt (bv. omgeving gedempte Zuiderdokken, Zurenborg, Dam,…). 
 
Helaas blijkt uit de naakte cijfergegevens dat deze geografisch zeer beperkte succesverhalen veeleer uitzonderingen betreffen en dat het beleid van Janssens II er in werkelijkheid allerminst in slaagde de stadsvlucht van autochtone Vlamingen een halt toe te roepen. Dat de stad desondanks een enorme bevolkingsaangroei kent, is een louter gevolg van de enorme buitenlandse inwijking en een hoog geboortecijfer in de allochtone bevolkingsgroepen. 
 
Wanneer we de cijfers betreffende de verhuisbewegingen uit en naar de stad onder de loep nemen, stellen we inderdaad vast dat de stad nog steeds geconfronteerd wordt met een vlucht van autochtone Vlaamse gezinnen, die in omvang echter overtroffen wordt door een massale inwijking van vreemdelingen. 
 
Van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010 werd er voor personen met de Belgische nationaliteit een negatief verhuissaldo opgetekend van 15.182 personen, terwijl er voor EU-burgers een positief verhuissaldo werd opgetekend van 12.608 personen, voor Marokkanen en Turken (samen) een positief verhuissaldo van 5.081 personen en voor de migranten uit andere landen een positief verhuissaldo van 10.643 personen (zie rapport ‘Verhuisbewegingen in Antwerpen’, 2010). 
 
Ook in 2010 –  het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn en dus ook het jaar waarvoor de effecten van het stedelijk beleid dus het best kunnen gemeten worden – verlieten er aanzienlijk meer personen met de Belgische nationaliteit de stad dan er zich in de stad vestigden, wat resulteerde in een negatief verhuissaldo van 3.916 Belgen. 
 
Deze uittocht van Vlamingen werd ook in 2010 ruimschoots gecompenseerd door de inwijking van vreemdelingen. Voor EU-burgers werd er in 2010 een positief immigratiesaldo opgetekend van 3.722 personen, voor Marokkanen en Turken een positief saldo van 1.267 personen en voor andere categorieën vreemdelingen een positief saldo van 4.382 personen. Hierbij dient vermeld dat de immigrerende EU-burgers in werkelijkheid vaak etnische Marokkanen of Turken zijn met de Nederlandse of Spaanse nationaliteit die zich in Antwerpen vestigen om nationale regels inzake gezinshereniging te omzeilen of sneller beroep te kunnen doen op welzijnssteun. 36% van de immigranten uit Spanje zijn bijvoorbeeld in Marokko geboren.  
 
 
2. De coalitie slaagde er niet in om van Antwerpen een veilige stad te maken
 
Na de verkiezingen van 2006 beloofde Janssens dat het terugdringen van de criminaliteit de “prioriteit der prioriteiten” zou worden. Daar is vandaag helaas weinig van te merken. Het stadsbestuur Janssens II slaagde er duidelijk niet in de toename van de criminaliteit een halt toe te roepen, laat staan van Antwerpen een veilige stad te maken. Integendeel, de toenemende onveiligheid tast de leefbaarheid van onze stad alsmaar meer aan. Het rapport van deze bestuursploeg is – voor wat het veiligheidsbeleid betreft – ronduit ondermaats en zelfs beschamend.
In 2000 vonden – volgens de criminaliteitscijfers van de federale politie – in Antwerpen 64.777 misdrijven plaats. In 2006 – na drie jaar burgemeesterschap van Janssens en bij het begin van Janssens' tweede ambtstermijn – was het aantal misdrijven al toegenomen tot 75.074. In 2010 – na zeven jaar Janssens – was het aantal criminele feiten aangegroeid tot maar liefst 81.876. Wanneer we deze statistieken vertalen naar het aantal feiten per dag dan komt men voor 2000 op 178 misdrijven per dag. In 2005 wordt met 204 misdrijven de kaap van de 200 criminele feiten per dag overschreden. In 2010 piekt het aantal misdrijven dat gemiddeld per dag wordt gepleegd op 224! 
 
Aantal gepleegde misdrijven in Antwerpen 
 
2000 64.777
2006 75.074
2008 76.724
2010 81.876
 
De Antwerpenaar voelt zich allerminst veilig. Het beleid van de huidige Antwerpse CD&V, N-VA, sp.a en Open VLD-bewindsploeg onder leiding van burgemeester Janssens slaagt er allerminst in de orde te handhaven, laat staan het recht op veiligheid van de Antwerpenaren te garanderen. Er gaat geen week voorbij of er vindt wel een of ander zwaar incident of misdrijf plaats dat de Antwerpenaren met de neus op de feiten drukt: Antwerpen is géén veilige stad. Veel Antwerpenaren voelen zich dan ook niet veilig, alle beloften van de ploeg van Janssens ten spijt. 
 
De voorbije jaren maakten we zowat alles mee in onze stad. Er waren tal van uiterst gewelddadige overvallen, onder meer een heuse overvallengolf op bejaarde stadsgenoten, waarbij de slachtoffers de overval in sommige gevallen zelfs met de dood moesten bekopen. Er was zwaar anti-joods geweld gepleegd door jonge allochtonen, tot en met een brandstichting bij nacht bij een joods gezin. Bussen van De Lijn werden in Borgerhoutse en Berchemse wijken bij herhaling bekogeld met stenen door groepjes jonge allochtonen. 
 
Het aantal steekpartijen in Antwerpen nam de voorbije jaren zeer snel toe, waarbij de stad nu zelfs de bedenkelijke eer geniet jaarlijks het hoogste aantal steekpartijen te tellen van alle Belgische steden. Nieuwe criminaliteitsfenomenen staken ook de kop op. In de zomer van 2011 bleken criminelen gebruik te maken van een nieuwe tactiek om hun slachtoffers te beroven: door hen eerst opzettelijk aan te rijden. Antwerpen was de voorbije jaren ook diverse keren het toneel van vreemdelingenrellen, waarbij straatmeubilair, auto's en winkels het moesten bekopen. Het aantal 'afrekeningen in het milieu', waarbij de kogels in het rond vlogen,  deed Antwerpen het etiket 'Chicago aan de Schelde' verdienen. 
 
Men mag niet vergeten dat deze cijfers uiteraard enkel de geregistreerde criminaliteit betreffen. Onderzoeken toonden reeds aan dat zeker in de steden het zogenaamde 'dark number' van niet-aangegeven misdrijven enorm is. Uit de recentste federale veiligheidsmonitor voor de stad Antwerpen (2008-2009) blijkt dat minder dan een kwart van de misdrijven aangegeven wordt. In werkelijkheid ligt de criminaliteit dus nog vier à vijf maal hoger dan de statistieken doen vermoeden. Bovendien is er ook het feit dat van veel misdrijven zelfs niet eens meer een proces-verbaal wordt opgesteld, waardoor ook deze misdrijven dus uit de criminaliteitsstatistieken blijven.  
 
De stijging van de criminaliteit is uiteraard deels een gevolg van slecht federaal justitiebeleid (geringe vervolgingskans, capaciteitstekort gevangenissen, het gebrek aan een jeugdsanctierecht…) en het federale open deur-immigratiebeleid, maar zeker ook van het makke Antwerpse veiligheidsbeleid van Janssens II dat bijvoorbeeld te weinig patrouilles voorziet, nalaat illegalen op te sporen, te weinig gebruikt maakt van de mogelijkheden van camerabewaking en nalaat de probleemwijken onder controle te brengen door bijvoorbeeld controleacties op wapen- en drugbezit.   
 
 
3. De coalitie Janssens II  slaagde er niet in symboolwijk ‘Antwerpen-Noord’ opnieuw onder controle te krijgen
 
De Seefhoek geldt al jarenlang als de Antwerpse wijk waar de leefbaarheidsproblemen zich het scherpst stellen. De vorige stadhuiscoalitie wekte de indruk dat men de verloedering in deze wijk een halt zou kunnen toeroepen door te investeren in infrastructuur: “Leg de straten en pleinen opnieuw aan, vestig er een bibliotheek en de wijk zal er wel bovenop komen.” Deze strategie bleek echter allerminst te werken. 
Achter deze façade van infrastructurele initiatieven bleef het Antwerpse stadsbestuur Antwerpen-Noord beschouwen als een vuilbakwijk waar alle probleemgevallen (illegalen, drugsverslaafden, daklozen, prostituees,…) werden gedumpt. Stedelijke rapporten betreffende de verhuisbewegingen tonen aan dat Antwerpen-Noord en in het bijzonder de wijken Atheneum en Stuivenberg de wijken bij uitstek zijn waarin nieuwe (ook vaak illegale) niet-westerse immigranten al dan niet legaal terecht komen. 
De wijk wordt geconfronteerd met de aanwezigheid van een zeer groot aantal illegalen die inkomsten verwerven uit criminaliteit en drugshandel in het bijzonder. Door een gedoogbeleid woekerde de kanker van de overlast alsmaar verder. Het stadsbestuur weigerde bijvoorbeeld een gericht opsporingsbeleid te voeren naar illegalen. Tezamen met de aanwezigheid van Free Clinic – en dus ook van drugverslaafden – zorgt dit voor een explosieve mix. Wanneer drugsincidenten de media haalden, werd er voor enkele dagen extra politietoezicht gehouden, waarna alles terug als voorheen werd.  Sinds het De Coninckplein het onderwerp is van verschillende gerichte acties, hebben drugsdealers zich simpelweg enkele straten verplaatst waar ze blijkbaar in alle rust hun gang kunnen gaan.
In 2011 bleek dat de problemen in de Seefhoek volledig uit de hand waren gelopen. Illegale drughandelaars bleken zich onaantastbaar te voelen en gingen alsmaar driester te werk. Toen de (meestal allochtone) middenstanders de overlast en het gedoogbeleid beu waren, leidde dit tot zware conflicten tussen drugdealers en middenstanders.  Dat het drugsprobleem in Antwerpen volledig uit de hand gelopen is, heeft veel – zoniet alles – te maken met het lakse beleid dat het Antwerpse stadsbestuur de voorbije jaren heeft gevoerd, zo blijkt duidelijk uit veel getuigenissen van de buurtbewoners die de stad ervan beschuldigen een gedoogbeleid te voeren.  
De symboolwaarde van Antwerpen-Noord is groot. Wanneer men er in Antwerpen-Noord niet in slaagt de problemen onder controle te krijgen, waarom zou dit dan wel lukken in andere wijken? De voorbije jaren en maanden blijkt inderdaad dat de kanker zich alsmaar verder uitbreidt.  Oost-Europese drugsdealers hebben van de Brederodestraat hun nieuwe uitvalsbasis gemaakt. In de buurt van enkele louche cafés stapelen de incidenten en vechtpartijen zich op. Ook op de Merksemse Bredabaan klagen de cafés steen en been over de aanhoudende overlast veroorzaakt door drugdealers, waar de politie geen vat op krijgt. Eén Merksems café sloot na 24 meldingen bij de politie uiteindelijk de deuren.  
 
 
4. Onder Janssens II bleef Antwerpen verder vervreemden en verpauperen  
 
In de legislatuur 2006-2012 bleef Antwerpen verder vervreemden en verpauperen. Antwerpen telt volgens cijfers van de Antwerpse buurtmonitor in 2012 inmiddels al 212.431 allochtonen in zijn bevolking. Liefst 42% van de totale stadsbevolking is nu allochtoon. Meer dan een kwart (26,3%) van de Antwerpse bevolking heeft een herkomst van buiten de EU. De meeste immigranten vestigen zich hier als asielzoeker, in het kader van de huwelijksmigratie of komen Antwerpen gewoon illegaal binnen. Deze ‘passieve’ massa-immigratie die onze stad geen enkele economische meerwaarde biedt, leidt tot een sterke toename van verpaupering en sociale problemen in onze stad. Dit uit zich onder meer in een erg hoog aantal kansarme gezinnen, hoge cijfers qua schoolse achterstand en een hoog aandeel allochtonen in de bijstand, de werkloosheid en de sociale huisvesting.   
 
Het aantal baby’s dat in kansarme gezinnen geboren wordt, ligt in Antwerpen met 22,6% bijna drie maal zo hoog als het Vlaamse gemiddelde (8,1%). De cijfers van Antwerpen overtreffen ook de cijfers van alle andere Vlaamse steden (Gent 15%, Leuven 13,4%, Mechelen 12,8%, Hasselt: 7,3% en Brugge 4,2%). Ook de schoolachterstand is in Antwerpen veel hoger dan in de rest van Vlaanderen. In het Antwerpse lager onderwijs heeft bijna dubbel zoveel leerlingen schoolachterstand opgelopen dan gemiddeld in Vlaanderen. 
 
Het aandeel werklozen in de Antwerpse bevolking ligt (ondanks het feit dat de stad Antwerpen een grote verschaffer van werk is) meer dan dubbel zo hoog dan het Vlaamse gemiddelde. Ongeveer de helft van het aantal werklozen in Antwerpen is allochtoon.  Bijna de helft (43%) van de Antwerpse sociale woningen wordt toegewezen aan vreemdelingen (niet-Belgen). De vele tot Belg genaturaliseerde vreemdelingen worden in deze cijfers uiteraard beschouwd als ‘Belg’. Bovendien is maar liefst de helft (49,6%) van de personen op de wachtlijst bij één van de drie Antwerpse huisvestingsmaatschappijen vreemdeling (niet-Belg). 
 
De stad Antwerpen slaagde er op geen enkel ogenblik in de import van verpaupering tegen te gaan. Meer nog, de talrijke sociale projecten in Antwerpen die in de eerste plaats of zelfs exclusief immigranten als doelgroep hebben, werken als een magneet op nieuwe vreemdelingen. 
 
 
5. Immigratie kraakt kassen Antwerps OCMW (en stad) , maar stadsbestuur draait burger een rad voor de ogen
 
Uit de in maart 2012 gepresenteerde kwartaalmonitor ‘Maatschappelijke Integratie’ okt. –dec. 2011’ blijkt dat het aandeel asielzoekers en geregulariseerden in de bijstandsdossiers bij het OCMW aangegroeid is tot 77 procent, een stijging tegenover een jaar eerder met 11 procent. Cijfers over het aantal allochtonen dat leefloon trekt, zijn bij het OCMW niet beschikbaar.
Door de aanhoudende immigratie naar Antwerpen bleek het OCMW deze legislatuur almaar meer geld op te slorpen. Weliswaar worden de uitkeringen die het OCMW uitbetaalt voor een groot deel terugbetaald door de federale overheid. Dit geldt echter niet voor de bijkomende personeelsinzet en de benodigde ondersteuning ten gevolge van het extra aantal OCMW-steuntrekkers. Ten gevolge van de toevloed van asielzoekers en geregulariseerde illegalen die een equivalent leefloon aanvroegen, diende het Antwerpse OCMW deze legislatuur ruim honderd personeelsleden extra aan te werven. 
Naar jaarlijkse gewoonte wordt het tekort bij het OCMW van +/- 15 miljoen € bijgepast vanuit de stadskas. Telkens werd het tekort in de OCMW-begroting echter angstvallig verzwegen en diende het OCMW een begroting in evenwicht in. Via de rekening werd de stad dan enkele maanden later het tekort voorgeschoteld, waarbij in juni de centen werden opgehoest via een begrotingswijziging. Deze bedenkelijke praktijken zijn al een paar jaar aan de gang. Voor 2009 hoestte de stad 5,5 miljoen € op en voor 2010 13,7 miljoen €. Vorige week bleek dat de stad, voor het jaar 2011, aan het OCMW 11 miljoen € extra zal moeten ophoesten. 
In feite draait dit stadsbestuur ons al een paar jaar een rad voor de ogen en wordt de gemeenteraad bewust fout ingelicht over de reële financiële situatie. “Geen probleem”, zegt de meerderheid, “dit alles maakt deel uit van een politiek akkoord.”
 
6. Onder Janssens II bleef Antwerpen verder islamiseren en werd het zelfs een trefpunt van moslimextremisme 
 
Tijdens de legislatuur 2000-2006 werd Antwerpen geconfronteerd met de aanwezigheid van de Arabisch Europese Liga (A.E.L) die zeer assertief uit de hoek kwam. De AEL bleek echter kinderspel te zijn in vergelijking met de snelle opmars van het islamitisch extremisme waarmee Antwerpen deze legislatuur op zijn grondgebied geconfronteerd werd. 
 
Er gaat tegenwoordig geen maand voorbij of er wordt wel een of ander islamfundamentalistisch evenement georganiseerd of een nieuw moslimextremistisch initiatief opgestart. Er was de oprichting van extreme moslimverenigingen als Al-Mawada, Sharia4belgium en Muslim Rise. Buitenlandse moslimextremisten als Bilal Philips en Hussein Yé voerden het woord op grote moslimmanifestaties met vele honderden aanwezigen op Antwerps grondgebied. 
Er was ook de oprichting van ‘Dar Al-Hadieth’ in Borgerhout, een bekende extremistische moslimschool met hoofdzetel in Jemen, waarbij via een rechtstreekse verbinding met Jemen in Borgerhout les wordt gegeven. In Antwerpen-Noord werd inmiddels de eerste shariarechtbank, het zgn. ‘Centrum voor Islamitische Diensten’, met zetel in de Antwerpse Somméstraat, in het leven geroepen. De reactie van de gewezen Antwerpse schepen van Diversiteit Monica De Coninck was typerend voor de houding van het stadsbestuur tegenover het uitdijende moslimextremisme: “Op zich is het goed dat religieuze instanties bemiddelen in hun gemeenschap.” Trek met zo’n bestuur ten strijde tegen de uitbreiding van het moslimextremisme in onze stad! 
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Antwerpen vruchtbare grond is voor de kweek van terroristen. Deze maand raakte bekend dat twee Antwerpenaars –  Ibrahim Bali en Ezaldain Tahiry, beiden lid van Sharia4Belgium – in Jemen werden gearresteerd op verdenking van banden met het terreurnetwerk Al Qaida. 
Dit zijn enkel de islamitische uitwassen die de media haalden, vaak nadat het Vlaams Belang ze bekend maakte. Ondertussen geschiedt de islamisering van onze stad in alle stilte. Officieel is het aantal moskeeën in onze stad al aangegroeid tot 39 (cijfers van de Moslimexecutieve). Ook het onderwijs islamiseert in snel tempo. Uit de laatst bekende cijfers blijkt dat de helft van de leerlingen van het Antwerpse stedelijke basisonderwijs kiest voor islam als levensbeschouwelijk vak. 
De Antwerpse coalitie weigert te erkennen dat de islamisering een bedreiging vormt voor onze stad. Wie weigert het probleem te erkennen, zal zeker geen initiatieven nemen om de bedreiging het hoofd te bieden. Dit bleek wel uit het stedelijke beleid. Het Antwerpse stadsbestuur predikte de diversiteit. In het Antwerpse onderwijs werd halal-vlees op schooluitstappen veralgemeend. Moskeeën kregen – zelfs na overtreding van de meest fundamentele brandveiligheidsvoorschriften en de afwezigheid van bouwvergunningen – alle hulp van de stad om zich in regel te stellen. 
Het meest ontluisterende tijdens deze legislatuur was het positieve advies dat de voltallige Antwerpse meerderheid afleverde voor de erkenning en financiering van de moskee Huzur, een moskee die geleid wordt door en waarvan de gebouwen zelfs eigendom zijn van de Turkse fundamentalistische en antisemitische Milli-Görusbeweging. 
 
 
7. Janssens II betekende: onderwijschaos en de afschaffing van de onderwijsvrijheid  
 
Ten gevolge van de grote immigrantentoestroom naar Antwerpen en de hoge geboortecijfers onder moslimallochtonen, ontstond deze legislatuur een enorm capaciteitstekort in het Antwerpse onderwijs. Het einde van de capaciteitsproblemen is overigens nog niet in zicht. In totaal zouden er in Antwerpen tegen 2025 maar liefst 39 nieuwe scholen, of zo´n 790 extra klassen nodig zijn.
 
Omdat de demografische rapporten van de studiedienst van de stad Antwerpen de bal steeds weer mis sloegen en de demografische aangroei van de bevolking steeds opnieuw onderschatten, anticipeerde de stad slecht op de bevolkingsaanwas. Elk jaar worden we nu geconfronteerd met paniekreacties van ouders die er aanvankelijk niet in slagen hun kind in te schrijven in een school en zeker al niet in de school van hun keuze. Uiteindelijk worden vervolgens snelsnel oplossingen uitgewerkt om iedereen een plaats te kunnen toekennen. De aangeboden oplossingen zijn vaak echter verre van ideaal.  
 
Hét grote slachtoffer van de demografische druk op het onderwijs zijn de Vlaamse ouders die hun kind naar de kwaliteitsschool van hun keuze willen zenden. Omdat steeds meer Antwerpse scholen verworden tot ‘zwarte’ concentratiescholen, zonden veel Vlaamse ouders hun kinderen naar de schaars overgebleven ‘witte’ scholen, die geconfronteerd werden met voor de schoolpoorten kamperende (Vlaamse) ouders. 
 
Het socialistisch beleid in Antwerpen, met sp.a-onderwijsschepen Voorhamme op kop, reageerde door vanaf het schooljaar 2010-2011 een netoverschrijdend aanmeldingssysteem in het leven te roepen, waarbij ouders hun schoolvoorkeuren kunnen opgeven op de website van de stad meldjeaan.antwerpen.be, maar waarbij uiteindelijk centraal, aan de hand van bepaalde criteria, wordt beslist in welke school het kind terecht kan. Wie reeds een broer of zus op school heeft, krijgt daarbij absolute voorrang. Andere criteria zijn de afstand tot de woon- of werkplaats en het feit of het kind al dan niet beantwoordt aan de criteria van het Gelijke Onderwijskansendecreet of niet (afhankelijk van thuistaal- en opleidingsniveau ouders). Sommige ouders slagen er niet in hun kinderen in te schrijven in één van hun voorkeurscholen. De stad had met dit project duidelijk de achterliggende bedoeling om autochtone kinderen naar concentratiescholen te sturen en de resterende overwegend Vlaamse scholen te verplichten om meer allochtone jongeren in te schrijven om zo een ‘sociale mix’ te realiseren.  
 
Uiteindelijk is het bij het Antwerpse inschrijvingssysteem de overheid die bepaalt in welke school het kind terechtkomt. De vrijheid van schoolkeuze en onderwijs – nochtans een recht dat vastgelegd is in de Grondwet en het Europees Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens – wordt door dit nieuwe systeem grondig aangetast. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat veel Vlaamse ouders er de voorbije jaren voor opteerden om hun kinderen buiten Antwerpen naar school te zenden, wat de stadsvlucht uiteraard opnieuw in de hand werkt. 
 
 
8. Janssens II voerde een autopestbeleid en zorgde voor extra verkeersellende  
 
Het stedelijke mobiliteitsbeleid gaat uit van het zogenaamde STOP-principe, waarbij – in deze volgorde – voorrang wordt gegeven aan de stappers, de trappers, het openbaar vervoer en als laatste het privé-vervoer (de wagen). Het Vlaams Belang gaat er volledig mee akkoord dat veel aandacht wordt besteed aan de veiligheid van de zwakke weggebruiker. In de praktijk kwam het stedelijke mobiliteitsbeleid echter door allerlei verkeersingrepen die in de eerste plaats tegen de automobilist gericht zijn, neer op een autopestbeleid, waarbij via wijkcirculatieplannen wijken werden omgetoverd tot heuse verkeersdoolhoven, er naar hartelust straten – zelfs belangrijke verbindingswegen – werden “geknipt”, straten werden omgevormd tot eenrichtingsstraten, rijbanen werden versmald, megabrede fiets- en
voetpaden werden aangelegd zonder dat daar doelmatig gebruik van wordt gemaakt of de
noodzaak daarvoor aanwijsbaar is, enz. Het belangrijkste wat het stadsbestuur hiermee bereikt, is overigens een aanzienlijke verhoging van het sluipverkeer in andere straten. 
 
Veel belangrijke anti-automaatregelen zijn nog in een ontwerpstadium. Het ontwerp van wijkcirculatieplan voor de binnenstad voorziet bijvoorbeeld een knip van de Scheldekaaien aan de Suikerrui, waardoor er geen doorgaand noord-zuidverkeer meer mogelijk zal zijn over de Scheldekaaien, en een opheffing van de verbindingslus van Meirbrug naar Katelijnevest,  de laatste verbindingsweg van zuid naar noord in de binnenstad. 
 
Het anti-autobeleid van het Antwerpse stadsbestuur doet zich ook gelden in het parkeerbeleid. Onder impuls van het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (GAPA) verminderde het aantal parkeerplaatsen de laatste jaren voortdurend en schoten de parkeertarieven de hoogte in. Daarnaast werden er systematisch overal in de stad en de districten parkeerautomaten bijgeplaatst op die plaatsen waar er voldoende woekerinkomsten te verwachten waren. Bovendien gingen ook de tarieven fors omhoog en werd in sommige zones de periode van het betalend parkeren verlengd van 18 naar 22 uur.
 
Antwerpenaren en bezoekers ervaren de aanhoudende en soms overdreven parkeercontroles, het dure parkeergeld op straat, de hoge tarieven in de parkeergarages, de hoge retributies en het verdwijnen van parkeerplaatsen als misplaatst pestgedrag van de overheid. Bovendien is het nog steeds niet operationeel zijn van een parkeergeleidingssysteem, sinds het in 2008 in duigen viel, een ernstige blamage voor GAPA. Bezoekers en toeristen die Antwerpen bereiken met de auto, kijken nog steeds aan tegen de verwijsborden van de parkeergeleiding die niet meer werken.
 
Het steeds maar onbereikbaarder worden van Antwerpen heeft zware negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van vele Antwerpse zelfstandigen. Steeds meer (vooral gegoede) mensen die liever de wagen nemen in plaats van het openbaar vervoer, laten Antwerpen links liggen. Zij geven de voorkeur aan goed bereikbare winkelcentra en horeca in de rand rond Antwerpen, waar ze bovendien gratis kunnen parkeren. De gevolgen voor de Antwerpse middenstand zijn dan ook meetbaar: moeilijk bereikbare handelszaken, dalende omzet en daaropvolgende faillissementen. 
 
 
9. Openbare werken: veel beloften, maar weinig realisaties en vooral een totaal verkeerde visie 
 
Rond grote openbare werken werd veel beloofd, maar weinig gerealiseerd.  Ging men niet de kaaien heraanleggen, de noorderkant van de Leien realiseren, het Operaplein een nieuwe en moderne invulling geven, ja, zelfs, het hele gebied rond de Zuiderdokken herinrichten ?
 
Van dat alles is niets terecht gekomen.  Het MAS dat deze legislatuur werd opgeleverd was een realisatie van vorige besturen.  Het museologisch concept ervan wordt trouwens nog gecontesteerd.  Is het gebouw veilig genoeg ?  Heeft het andere, in Antwerpen gekende, musea niet ten onrechte doen verdwijnen ?
 
Ook het veel geroemde Park Spoor Noord is geen verdienste van deze coalitie.  Betaald door Europa, gepland door het vorige bestuur, werd het nu pas opgeleverd.
 
Het Havenbedrijf plande een dure en door niemand gevraagde landmark rond de oude brandweerkazerne aan het noordeind van de oude havendokken.  In tijden van crisis en besparing is dit een totaal verkeerd signaal naar de havenklanten toe.
 
De Antwerpenaar zit echter niet te wachten op een beloftebeleid.  Waar blijft het grote Antwerpse voetbalstadion?  Waar blijft de Zeppelinhaven van een visionaire VLD’er?  Waar blijft een brug over de Schelde?  Waar blijft het heruitgraven van de Antwerpse Zuiderdokken?  De media waren er in het recente verleden wild over wanneer dit soort concepten gelanceerd werden.
 
En als de media enthousiast zijn is de politieke meerderheid dat gewoonlijk ook.  Helaas, wordt van deze ontwerpbeloften weinig gerealiseerd. 
 
Voor Vlaams Belang moeten inzake openbare werken, verkeer en infrastructuur geen dure, maar wel nuttige projecten gerealiseerd worden.  De Antwerpenaar wacht immers niet op een aankondigingsbeleid, maar op concrete maatregelen die hem en haar ten goede komen.
 
We noemen onder andere:
 
een snelle realisatie van de heraanleg van het noordelijk deel van de Leien, waarbij deze verkeersas minstens het lokaal doorstromingsverkeer moet aankunnen;
een snelle realisatie van de herinrichting van het Operaplein, niet volgens dure architectuurconcepten, maar rekening houdend met het feit dat het plein zelf  doorgankelijk moet zijn, zelfs met de heraanbouw van het Benoit-monument aldaar;
het behoud van de huidige buslijnen die Antwerpen op de districten aansluiten;
een realistische implicatie van het meccano-tracé rond Groot Antwerpen, waarbij doorgaand verkeer het lokale verkeer niet meer hindert of minstens voor die hinder mag meebetalen ;
het behoud van een verbinding tussen Antwerpen en Merksem via de IJzerlaan;
het behoud van een verbinding tussen Merksem en de Voorkempen via de Vaartkaai.
 
 
10. Verdeeldheid coalitie over Oosterweel verhindert oplossing mobiliteitsproblemen (files) rond Antwerpen 
 
In het bestuursakkoord van de coalitie van Janssens II stond geen woord over de visie van de stad op de oplossing van de mobiliteitsproblemen rond Antwerpen en de Oosterweelverbinding. Er was binnen de coalitie dan ook geen consensus, maar grote verdeeldheid met betrekking tot deze problematiek. Voor het oplossen van de mobiliteitsknoop werd dan ook veel kostbare tijd verloren.  
 
Aanvankelijk ging alles snel opgelost worden door een bijkomende tunnel ter hoogte van Oosterweel die dan via een groot viaduct over het havengebied tot aan de Luchtbal aansluiting zou vinden op het bestaande hoofdverkeersnet. Het Vlaams Belang heeft deze constructie van in het begin onaanvaardbaar gevonden.  Redenen van mobiliteit, betaalbaarheid, leefbaarheid en maatschappelijk draagvlak, waren in dit prille debat legio. Een brede volksbeweging pikte de argumentatie van Vlaams Belang later en zeer onderbouwd mee op.  Eerst moest Groen! toegeven dat beide partijen gelijk hadden.  Later volgde een volksraadpleging over dit onderwerp.  Op dat moment draaide ook de sp.a van Patrick Janssens bij. Open VLD en N-VA bleven echter vasthouden aan het viaduct. 
 
Uiteindelijk werd beslist dat er niet zou worden beslist.  Er komt zeker geen viaduct ter hoogte van Luchtbal, er komt misschien een bijkomende ondergrondse Scheldekruising en voor de rest mag het debat sine die in het Vlaams Parlement worden verdergezet.  Meer nog, het politieke compromis dat vanuit Vlaanderen met het lokale stadsbestuur in deze werd bereikt zou er toe leiden dat Antwerpen en het Havenbedrijf samen meerdere honderden miljoenen euro’s in het project zouden storten, die niet verantwoordbaar waren.  De haven zou een voor haar onbruikbare kade aan het Straatsburgdok moeten herbouwen en mee moeten financieren in een bouwdok voor de tunnelelementen van de Oosterweeltunnel.  De Stad zou onder meer mee moeten betalen voor de inrichting van een nieuw aan te leggen verkeersplein ter hoogte van het Sportpaleis.  
 
Intussen had de burgerbeweging wel aanvaardbare alternatieven naar voor geschoven.  Antwerpen kan voor het doorgaand verkeer omzeild worden via een Grote Ring die vanaf Wommelgem over de  (volledig ingetunnelde) R11 en A102  aansluiting vindt op het noordelijk snelwegnet.  Mits het tolvrij maken van de Liefkenshoektunnel wordt dit een zeer sterk alternatief voor de vroegere Lange Wapper.
 
 
11. De coalitie maakte een einde aan het Antwerpse interne decentralisatieproces  
 
Het Antwerps stadsbestuur Janssens II had maar weinig respect voor de ideeën en gevoelens die leven in de districten. De districtsraden en -besturen kwijnen weg bij gebrek aan middelen en bevoegdheden. Alhoewel verschillende politieke partijen voor de verkiezingen van 2006 grote beloften deden in verband met de interne decentralisatie, kwam daar deze legislatuur hoegenaamd niets van in huis. 
 
Janssens II heeft het decentralisatieproces niet alleen een halt toegeroepen, maar dit proces zelfs te veel teruggeschroefd.  Het centralisme won aan kracht. Dat er niet verder gedecentraliseerd zou worden, mocht al blijken in het begin van de legislatuur uit het bestuursakkoord van 2006 dat niets voorzag met betrekking tot de verdere overdracht van middelen en bevoegdheden richting districten. Door het positioneren van sp.a-lakeien als districtsburgemeesters werd meteen al duidelijk dat “zonnekoning” Janssens de districten volledig in het gareel wilde houden. Niet enkel was er geen decentralisatie en kregen de districten niet meer geld, er werd door het stadsbestuur ook nauwelijks rekening gehouden met de bestuursakkoorden van de districten.
 
De Antwerpse coalitie besliste bij het begin van de legislatuur dat de dotatie aan de districten jaarlijks met 2% zou stijgen. Indien de inkomsten van de stad in het jaar de minimale 2% zouden overstijgen dan zou het jaar erop via begrotingswijziging een aanpassing worden uitgevoerd, zodat de inkomsten van de districten gelijke tred houden met de verhoging van de stedelijke inkomsten. 
 
In de praktijk houdt de stijging van 2% zelfs geen gelijke tred met de inflatie (in 2010: 3,1%, in 2011: 3,5%). De facto betekent dit dat het district zelfs met het licht toegenomen budget minder kan doen, gezien de gestegen kosten van allerlei materialen. De districtsbudgetten gaan in de eerste plaats naar werken aan het openbaar domein, vooral de aanleg van straten. Het district Ekeren stelde dat met het huidige budget elke straat maar één keer op de 60 jaar kan worden heraangelegd. 
 
Wel werd er een districtsontwikkelingsfonds in het leven geroepen door het stadsbestuur. Het districtsontwikkelingsfonds betreft een cofinanciering van bepaalde projecten (verkeersveiligheidsprojecten, o.a. door de realisatie van 100 km fietspaden, de verdere aanpak van zgn. ‘zwarte punten’, aanpassing van de verkeersinfrastructuur)  door stad en district. In feite gaat het echter niet om decentralisatie in de echte zin van het woord, aangezien het stadsbestuur limitatief bepaalt waaraan de middelen kunnen worden besteed. 
 
Omdat de vraag naar verdere decentralisatie en meer middelen nochtans leeft in de districten werd op 19 juni 2010 een colloquium georganiseerd betreffende het thema en vond op 7 december 2010 ook een meerderheidsoverleg plaats met 3 thema’s: bevoegdheden, grenscorrecties en dotaties. Op de vergadering bleek dat bij verschillende partijen die op stads- of districtsniveau in het bestuur vertegenwoordigd zijn sterke verzuchtingen leven om de bevoegdheden en middelen van de districten sterk uitgebreid te zien. Met betrekking tot de dotaties, bleken zowat alle partijen van oordeel te zijn dat de huidige districtsbudgetten onvoldoende zijn. Er werden meer middelen geëist voor de districten om de hen toegewezen bevoegdheden behoorlijk te kunnen uitoefenen. Uiteindelijk bleek het colloquium vooral een therapeutische functie te hebben. Het stadsbestuur stopte de resultaten van het overleg in de koelkast voor de volgende legislatuur. 
 
12. Onverantwoorde politiek van stadsbestuur t.a.v. de Gemeentelijke holding kost stad handenvol geld
 
De onverantwoorde politiek van de stadhuiscoalitie Janssens II ten aanzien van Gemeentelijke Holding kost de Antwerpenaar handenvol geld. Het Vlaams Belang voorspelde reeds jaren geleden dat Dexia en de Gemeentelijke Holding in moeilijkheden zouden geraken. De Gemeentelijke Holding bezat voor de vereffening 14,1 % van de Dexia-aandelen. De stad Antwerpen bezat, op zijn beurt,  6,5 % van de Gemeentelijke Holding-aandelen of onrechtstreeks bijna 1% van Dexia. De waarde van deze participatie kon in 2007 (toen het Dexia-aandeel rond 20 euro noteerde) geschat worden op meer dan 300 miljoen euro. Dat geld is Antwerpen onherroepelijk kwijt. 
Nog in 2009 verleende Antwerpen vers kapitaal aan de Gemeentelijke Holding toen die reeds de facto in faling verkeerde, omdat de Gemeentelijke Holding een totaal ongeloofwaardige jaarlijkse opbrengst van 13% beloofde op deze inbreng. Bijzonder bezwarend is dat de Gemeentelijke Holding nog deelnam (zonder over de middelen te beschikken) aan een kapitaalsverhoging van Dexia en  9 euro betaalde voor een aandeel dat toen (2008) nog slechts 3 euro noteerde op de beurs. Ook dit geld van de Antwerpenaar (+/- 20 miljoen euro) is onherroepelijk verloren. Antwerpen liet zich gewillig meesleuren in dit debacle. Dat het anders kon, bewees de stad Aalst, die aan het Dexia-debacle ontkwam door zijn aandelen al in 2002 te verkopen. 
Antwerpen had beter moeten weten. Burgemeester Janssens was immers bestuurder bij Dexia-bank en cultuurschepen Philip Heylen was lid van de raad van bestuur van de Gemeentelijke Holding en zelfs voorzitter van het auditcomité binnen deze raad van bestuur. Het was precies dit auditcomité van de Gemeentelijke Holding dat er zich van had moeten vergewissen dat de werking van de Gemeentelijke Holding correct geschiedde, met inachtneming van de klassieke juridische regels maar ook van de voorzichtigheid die gewenst is, rekeninghoudend met de belangen van de aandeelhouders van de Gemeentelijke Holding. 
 
EXTRA – Wat keurde Bart De Wever de voorbije zes jaar zoal goed in de Antwerpse gemeenteraad? 
 
 
1. Tal van gemeenteraden: Bart De Wever keurde alle wijkcirculatieplannen en tramverlengingen goed. 
 
Ondanks de in de media verwoorde kritiek van De Wever op het door de stad gevoerde mobiliteitsbeleid, werd dit mobiliteitsbeleid – inclusief de tramverlengingen en de wijkcirculatieplannen –¬ de voorbije jaren door hemzelf volledig mee gedragen, met inbegrip van alle wegversmallingen, vertrammingen, ‘knippen’, enz. 
 
GR 2011_10_24 Districten Antwerpen, Borgerhout en Deurne. Turnhoutsebaan, Ruggeveldlaan, Florent Pauwelslei, P&R Wommelgem/rondpunt. Tramverlenging – Project LIVAN 1. Publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst (jaarnummer 1230))
 
GR 2009_09_21 Masterplan Moiliteit Antwerpen. Brabo I. Addendum publiek-publieke
samenwerkingsovereenkomst Brabo I stad Antwerpen. Goedkeuring.
Introductie beleidsrichtlijn (jaarnummer 1279)
 
GR 2010_09_20 Wijkcirculatieplan Borgerhout Intra Muros-Noord. Ontwerp.
Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 1090) 
 
GR 2010_09_20 Wijkcirculatieplan Ekeren Donk. Ontwerp. Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 1092)
 
GR 2011_10_24 Merksem. Wijkcirculatieplan Merksem-Centrum – Definitief ontwerp – Goedkeuring (jaarnummer 1138)
 
GR 2010_09_20 Wijkcirculatieplan Ekeren Centrum. Ontwerp. Goedkeuring.
Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 1091) 
 
GR 2010_09_20 Wijkcirculatieplan Berchem Intra Muros (uitgezonderd Zurenborg).
Definitief ontwerp. Goedkeuring. Introductie beleidsrichtlijn (jaarnummer 1089) 
 
GR 2010_09_20 Wijkcirculatieplan Ekeren Mariaburg. 20 september 2010 (jaarnummer 1086)
 
2. Gemeenteraad 23 april 2007: Bart De Wever keurde de aankoop en het recht van opstal goed van de Schijnpoortweg 12-14-16 voor de nieuwe huisvesting van Free Clinic. 
 
Onder meer door de vestiging van het open centrum voor drugsverslaafden Free Clinic trekt de wijk Antwerpen-Noord veel drugsverslaafden en drugsdealers aan. Deze groepen dragen in aanzienlijke mate bij tot de onleefbaarheid van de wijk Antwerpen-Noord. Bart De Wever steunde de verhuis van Free Clinic naar Schijnpoortweg, waardoor de problemen in de wijk werden bestendigd, met de gekende gevolgen. 
 
GR 2007_04_23 Free Clinic. Schijnpoortweg 12-14-16. Aankoop en verlenen van recht van opstal (jaarnummer 782)
3. Gemeenteraad 28 april 2008: Bart De Wever keurt het Parkeerbeleidsplan 2008-2014 goed en gemeenteraad 23 juni 2008: Bart De Wever keurt retributiereglement op het parkeren goed. 
 
Bart De Wever keurde in de gemeenteraad van 23 april 2008 het Parkeerbeleidsplan 2008-2014 goed waarvan volgens de bewoordingen van het besluit “het STOP-principe waarbij het selectief autogebruik wordt bevorderd” een krachtlijn is. Dit plan bevatte de ideeën van het stadsbestuur m.b.t. het parkeerbeleid (verhoging parkeertarieven, veralgemening betalend parkeren,…). Op 23 juni 2008 keurt hij ook de hoge parkeertarieven goed. 
 
GR 2008_04_28 Parkeerbeleidsplan 2008-2013 (jaarnummer 617)
 
GR 2008_06_23 GAPA. Retributiereglement op het parkeren. Goedkeuring.
Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 1243)
 
4. Gemeenteraad 23 juni 2008: Bart De Wever keurt ‘Stadsplan diversiteit’ goed. 
 
Het stadsplan diversiteit 2008-2012 legde de basis van het stedelijke ‘Antwerpen is van iedereen’ – diversiteitsbeleid. Het stadsplan bepaalt dat (citaten) “er plaats is voor de beleving van ieders identiteit”, dat “stad Antwerpen en OCMW het voorbeeld geven door diversiteit maximaal plaats te geven binnen hun werking.” en dat  “andere actoren (partners, bedrijven, organisaties) worden aangemoedigd om de diversiteit ook binnen hun werking vorm te geven.” Het plan bepaalde ook dat inzake overheidsopdrachten voorrang zou gegeven kunnen worden aan bedrijven die “werk maken van diversiteit”. Het diversiteitsbeleid van de stad dat de veruitwendiging van andere culturen van de stad promoot en dus leidt tot een ‘ontvlaamsing’ van de stad en de diversiteit oplegt tot zelfs in de private bedrijven toe, kon rekenen op de goedkeuring van Bart De Wever. 
 
GR 2008_06_23 Stadsplan diversiteit. Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (Jaarnummer 6786)
 
5. Gemeenteraad 24 november 2008: Bart De Wever keurde reglement voor ‘diversiteitssubsidies’ voor allochtone verenigingen goed. 
 
Op de gemeenteraad van 24 november 2008 keurde Bart De Wever het subsidiereglement mee goed voor de erkenning van allochtone verenigingen en voor de subsidiëring van activiteiten en projecten ter ondersteuning van het samenleven in diversiteit. Op basis van dit reglement ontvangen allochtone verenigingen jaarlijks voor een bedrag van 466 158,00 euro diversiteitssubsidies. 
 
GR 2008_11_24 Sociale cohesie. Reglement subsidiëring initiatieven ter bevordering van
het interculturele en interlevensbeschouwelijke samenleven in Antwerpen. Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 2075) 
 
6. Gemeenteraad 21 september 2009: Bart De Wever keurde de intekening op de kapitaalverhoging van de gemeentelijke holding goed.
 
Ondanks de waarschuwingen van het Vlaams Belang in de gemeenteraad tekende Antwerpen in op de kapitaalsverhoging van de Gemeentelijke Holding toen die reeds de facto in faling verkeerde, omdat de Gemeentelijke Holding een totaal ongeloofwaardige jaarlijkse opbrengst van 13% beloofde op deze inbreng. Bart De Wever stemde samen met de rest van de meerderheid voor. 
 
GR 2009_09_21 Gemeentelijke Holding nv. Algemene vergadering van certificaathouders van 30 september 2009. Buitengewone vergadering van aandeelhouders van 30 september 2009. Deelname aan kapitaalverhoging. Vertegenwoordiging stad. Goedkeuring. (jaarnummer 1502)
 
7. Gemeenteraad 1 maart 2010: Bart De Wever keurde OCMW-budget goed 
 
Reeds jaren wordt door het stadsbestuur een OCMW-budget in evenwicht voorgelegd aan de gemeenteraad, waarbij de gemeenteraad bewust fout wordt ingelicht over de reële financiële situatie. Telkens dient achteraf immers een bijpassing te gebeuren door de gemeenteraad. Bart De Wever keurde deze ‘vervalste’ OCMW-budgetten mee goed. 
 
GR 2010_03_01 OCMW budget 2010 en meerjarenplanning. Goedkeuring. (jaarnummer 313) 
 
8. Gemeenteraden 25 mei 2010, 20 september 2010 en 28 februari 2011: positieve adviezen voor de erkenning en subsidiëring van de moskeeën Attaqwa, De Koepel en Huzur werden mee gestemd door CD&V-N-VA-fractie. Bart De Wever was telkens afwezig, maar liet geen enkel teken van protest horen. 
 
In het kader van het decreet op de erkenning en financiering van de erediensten moet de Vlaamse overheid, wanneer zij een moskee wil erkennen en financieren, een advies vragen aan de gemeente waar de moskee is gevestigd. Zo diende Antwerpen de voorbije jaren adviezen af te leveren voor de moskee Attaqwa (gemeenteraad 25 mei 2010), bekeerlingenmoskee De Koepel (gemeenteraad 20 september 2010) en moskee Huzur (gemeenteraad 28 februari 2011). 
 
In de drie gevallen werd een positief advies afgeleverd. Op de drie zittingen waarop deze adviezen werden goedgekeurd was Bart De Wever telkens afwezig, maar de positieve adviezen werden telkens door zijn CD&V/N-VA fractie mee goedgekeurd en Bart De Wever heeft bovendien geen enkel protest laten horen. Nochtans waren er meer dan gegronde redenen om een negatief advies af te leveren. Huzur bijvoorbeeld is een moskee die beheerd wordt door de Turkse fundamentalistische en antisemitische organisatie Milli Görus, waarbij zelfs de moskeegebouwen eigendom zijn van deze organisatie. 
 
GR 2011_02_28 Levensbeschouwingen. Adviesvraag Vlaamse overheid over aanvraag tot erkenning van de islamitische geloofsgemeenschap Huzur. Goedkeuring.
Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 195)
 
GR_2010_09_20 Beleid Levensbeschouwingen. Adviesvraag Vlaamse overheid over
aanvraag tot erkenning van de islamitische geloofsgemeenschap De Koepel in Antwerpen. Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 1099)
 
GR 2010_05_25 Levensbeschouwingen. Adviesvraag Vlaamse overheid over aanvraag tot erkenning van de islamitische geloofsgemeenschap Attaqwa in Antwerpen. Goedkeuring. Concretisering beleidsrichtlijn (jaarnummer 689)
 
9. Gemeenteraad 27 juni 2011: Bart De Wever keurde de Antwerpse subsidienota van het Vlaams Minderhedendecreet 2012-2014 goed
 
Om in aanmerking te komen voor Vlaamse subsidies in het kader van het Minderhedendecreet moet Antwerpen een subsidienota opstellen waarin haar projecten worden opgelijst. De voorstellen van de stad Antwerpen botsen volledig met de VB-visie dat Antwerpen een stad is waar de Vlaamse cultuur de leidcultuur moet zijn. Volgens de nota moeten de beleving van andere minderheidsculturen en godsdiensten zoveel mogelijk worden gepromoot en gestimuleerd, in plaats van dan de aanpassing van allochtonen wordt nagestreefd. 
 
Een overzicht van de stadsprojecten:  Jonge mensen worden opgeleid tot moskeegids; De betrokkenheid van Afrikaanse jongeren bij het Afrikaanse verenigingsleven wordt verhoogd; Antwerpen voorziet trajecten voor sleutelfiguren uit Marokkaanse verenigingen die activiteiten moeten opzetten voor hun achterban; Antwerpen wil via het ondersteunen van bepaalde etnische en religieuze feesten deze feesten meer zichtbaar maken binnen de gemeenschappen; Etnisch-religieuze verenigingen worden ondersteund en versterkt, zodat zij eigen activiteiten kunnen opzetten en zo hun eigen cultuur kenbaar kunnen maken; Interculturele bemiddelaars worden ingezet die moeten werken aan de relatie tussen het OCMW en de steuntrekker.
 
Bart De Wever vond al deze projecten best OK, want hij keurde de subsidienota goed. 
 
GR 27_06_2011 Subsidienota Vlaams Minderhedendecreet 2012-2014 – Gunstig advies – Goedkeuring (jaarnummer 923)
 
10. Gemeenteraad 24 oktober 2011: Bart De Wever keurde de wijziging van het retributiereglement op de tijdelijke slachtvloeren goed ten voordele van het onverdoofd ritueel slachten. 
 
 Artikel 3 van het reglement op de tijdelijke slachtvloeren – dat de prijs van de retributie vastlegt – bepaalde tot dan: “De retributie bedraagt 25 euro, per dier. De retributie bedraagt 15 euro per dier indien men het dier eerst verdooft, alvorens te slachten.” Het oude reglement bevatte dus een financiële stimulans ten voordele van het verdoofde rituele slachten. In een door het college voorgestelde wijziging van het reglement werd deze financiële stimulans op eis van de moskeeën afgeschaft. Voortaan zou het artikel 3 kort luiden: “De retributie bedraagt 25 euro per dier.” De Wever keurde deze aanpassing van het reglement ten voordele van het onverdoofd slachten probleemloos goed. 
 
GR 2011_10_24 Offerfeest – Retributiereglement gebruik tijdelijke slachtvloer. Aanpassing – Goedkeuring (jaarnummer 1155)
 

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...