Afscheidscadeau gedeputeerden kost belastingbetaler meer dan 1 miljoen euro !

Enkele maanden geleden ontstond er heel wat commotie over de uittredingsvergoedingen in het Vlaams Parlement. Uit het antwoord op een vraag van Vlaams Belang-provincieraadslid Dirk De Smedt blijkt ondertussen dat de leden van het Antwerpse provinciebestuur kunnen rekenen op dezelfde royale vergoedingen wanneer zij hun mandaat  beëindigen.
Deze uittredingsvergoeding is grosso modo gelijk aan de wedde die zij als gedeputeerde genieten en die is gelijkgesteld aan die van een Vlaams Parlementslid (een basisvergoeding van 6.758 euro bruto plus een maandelijkse onkostenvergoeding van 1.892 euro). Netto gaat het om een bedrag van ongeveer 4.500 euro, afhankelijk van de gezinssituatie. Deze vergoeding wordt toegekend a rato van 2 maanden per begonnen jaar, wat bijzonder ruim bemeten is. We kennen wel wat ‘gewone’ werknemers die het met iets minder moeten doen wanneer zij hun C4 krijgen. Een ander frappant verschil met laatstgenoemden is overigens dat gedeputeerden ook een afscheidsvergoeding krijgen wanneer ze zelf ontslag nemen, bijvoorbeeld om over te stappen naar een andere job. 
De voorbije vijf jaar werd deze riante afscheidsvergoeding door vijf provinciale gedeputeerden aangevraagd. Corry Masson (Open VLD) en zijn voormalige partijgenote Martine De Graef kregen na hun niet-herverkiezing als gedeputeerde eind 2006 elk een vergoeding van 14 maanden toegekend. Bij Frank Geudens (SP.a), die om dezelfde reden een aanvraag indiende, liep dit op tot 26 maanden. Jos Geuens (SP.a) en Ludo Helsen (CD&V), die in de loop van deze legislatuur zelf hun ontslag indienden, spannen de kroon met een afscheidsvergoeding van elk 48 maanden. Dat betekent concreet dat het afscheid van vijf provinciale gedeputeerden de Antwerpse belastingbetaler uiteindelijk liefst 1.300.000 euro – of 52 miljoen oude franken – zal hebben gekost. 
Voor de volledigheid vermelden we nog dat deze uitstapregeling niet het enige voordeeltje is dat de leden van het provinciebestuur genieten. Ieder gewezen lid van de deputatie heeft namelijk ook nog recht op pensioen vanaf de leeftijd van 58 jaar. Voor de mandaten die ingingen na de verkiezingen van oktober 2000 kan dat zelfs vanaf 55 jaar. Niet weinigen zullen zich onwillekeurig de vraag stellen wie daar ook alweer beweerde dat we met z’n allen langer en harder zullen moeten werken.
Het Vlaams Belang is in ieder geval van oordeel dat dergelijke riante regelingen – zeker in deze tijden van crisis en besparingen – niet te verantwoorden zijn. Indien de politieke klasse haar geloofwaardigheid niet helemaal wil verliezen, moet ze dan ook dringend werk maken van een herziening van de voorkeursbehandeling die ze voor zichzelf heeft bedacht.
Raf Liedts
Fractievoorzitter Vlaams Belang

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...